Terugkijkend op veertig jaar Schiphol Area Development Company (SADC) trekt directeur-bestuurder Eva Klein Schiphorst een duidelijke conclusie:
gebiedsontwikkeling is pas geslaagd als economische groei, ecologie en maatschappelijke waarde samenvallen.
Op Provada 2026 presenteerde SADC zich als partner voor de lange termijn en als het levende bewijs dat publiek-private samenwerking werkt. Om te tonen wat SADC onder een werklandschap verstaat, wijst Eva Klein Schiphorst naar een afbeelding waarop waterpartijen, bomenrijen, parkeerplaatsen en logistieke gebouwen een natuurlijk geheel vormen. Het is geen artist impression, het bestaat al.

“Bij het woord bedrijventerrein zag ik vroeger beton, asfalt en grote grijze loodsen voor me. Dat beeld strookt al lang niet meer met wat we nu ontwikkelen. We noemen het bewust werklandschappen: er wordt gewerkt en het is een landschap.”
Geen loze marketingkreet dus. SADC, opgericht in 1987 als joint venture van gemeente Amsterdam, de provincie Noord-Holland, Schiphol en gemeente Haarlemmermeer, staat voor een fundamentele heroriëntatie. Bijna veertig jaar geleden kwamen vier partijen bij elkaar die tot dat moment moeilijk over elkaars grenzen heen konden kijken. Klein Schiphorst:
“Ze waren elkaars concurrent, visten in dezelfde vijver. Toen ontstond het besef dat als we samenwerken, we een beter product krijgen. Nu zien we dat samenwerken loont. Mits je elkaars belangen serieus neemt.”
Schaarste vraagt om regie
Die boodschap is op Provada 2026 actueler dan ooit. De vraag naar logistiek vastgoed is onverminderd hoog, terwijl het maatschappelijk draagvlak voor nieuwe bedrijventerreinen onder druk staat en de grondposities schaars zijn. SADC heeft grond als bruidsschat meegekregen bij de oprichting, maar zet die steeds selectiever in.
“We vragen ons bij elk nieuw bedrijf af: voegt het iets toe aan het ecosysteem dat we hier bouwen? We zijn niet op zoek naar vierkante meters verkoop. We willen bedrijven die deze regio economisch sterker maken en die Schiphol en de Metropoolregio Amsterdam (MRA) als anker gebruiken.”
Die verschuiving – van volume naar waarde, van kavels verkopen naar ecosystemen ontwikkelen – vertaalt zich door in de portefeuille. SADC is actief op vijf locaties in de Metropoolregio Amsterdam: Schiphol Trade Park, Schiphol Logistics Park, bedrijvenpark De President, Polanenpark en Business Park Amsterdam Osdorp. Elk terrein wordt ontwikkeld met meetbare duurzaamheidsdoelstellingen. Dat er BREEAM-NL Gebied-certificaten voor Schiphol Trade Park en Amsterdam Osdorp zijn behaald, is voor Klein Schiphorst geen eindpunt.
“We leggen de lat steeds hoger. Iedereen zet nu groen neer, dat is de norm geworden. Maar we willen nu vooroplopen, om te voorkomen dat we in de toekomst achterlopen.”
Meten om te bewijzen
Vooroplopen vraagt om bewijs. SADC ontwikkelde daarvoor een Ecomonitor: een instrument dat aan de hand van ruim twintig parameters de ecologische impact van gebiedsontwikkeling zichtbaar maakt. Zo hangen er op Schiphol Trade Park sensoren die vogelgeluiden registreren. Biologen en ecologen vertalen die data naar inzichten over biodiversiteit. Klein Schiphorst: “Je kunt wel roepen dat je van grijs naar groen beweegt, maar dan zegt iedereen meteen: ‘greenwashing!’ Wij meten het. We hangen sensoren op, we tellen vogels, we kijken naar wormen in de grond. Dat is geen greenwashing, dat is bewijs leveren.”
De Ecomonitor is onderdeel van een bredere Digital Twin-aanpak. Daarin zitten ook een rekentool en een module voor brede welvaart, gebaseerd op onderzoek van onder meer de Rabobank. Klein Schiphorst ziet dat dit bedrijven direct helpt met hun CSRD-verplichtingen: “Bedrijven worden steeds vaker afgerekend op wat ze doen aan duurzaamheid en biodiversiteit. We hebben de kennis, de instrumenten en de ervaring om hen daarbij te helpen. Dus: laten we samenwerken.”


Regio als vestigingsvoordeel
De MRA blijft voor internationale bedrijven een van de aantrekkelijkste vestigingslocaties van Europa. Via de vereniging Amsterdam Airport Area, het internationale netwerk in de Metropoolregio Amsterdam dat bedrijven, gemeenten en investeringspartijen verbindt met kwalitatief hoogwaardige internationale bedrijven die bijdragen aan een duurzaam en innovatief ecosysteem, werkt de organisatie nauw samen met de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA). De sector Life Sciences & Health is daarin een speerpunt. Klein Schiphorst is kritisch op de geïnteresseerde partijen.
“We zitten aan het einde van de keten: SADC heeft de grond waar bedrijven zich kunnen vestigen. Juist omdat die grond zo schaars is, willen we toezien op kwaliteit. Een bedrijf dat zich hier wil vestigen, moet iets toevoegen aan de mix, aan het ecosysteem dat we bouwen.”

Die sturende rol gaat verder dan gronduitgifte. Via PHB ondersteunen we initiatieven met (kosteloos) advies en begeleiding op het gebied van kwaliteitsverbetering en verduurzaming van bestaande werklocaties in de regio, mede gefinancierd door de MRA en de provincie Noord-Holland. Dat vraagt een andere aanpak: niet bouwen op een lege kavel, maar bestaande eigenaren in beweging krijgen.
“Je moet beginnen met het organiseren van eigenaarschap. Als er geen gezamenlijke structuur is – een parkmanagement, een vereniging – krijg je niets van de grond. Het begint bij mensen medeverantwoordelijk maken voor het terrein waar ze elke dag naartoe reizen.”
Netcongestie en bereikbaarheid
Waar veel ontwikkelaars klem zitten door netcongestie, heeft SADC met de bedrijven een energiehub ontwikkeld door slimme combinaties te zoeken: een slim meet- en regelsysteem om energiegebruik, -opslag en -opwekking op elkaar af te stemmen, zonnepanelen op daken die overcapaciteit terugleveren, slimme buffers op kavelniveau. Klein Schiphorst:
“Netcongestie lossen we niet op door te wachten. Je moet er bovenop zitten, samenwerken met netbeheerders en met de bedrijven zelf. Wij hebben daarin ook een kennisrol: organisaties vragen ons regelmatig hoe we dat hebben aangepakt. Die kennis delen we graag.”
Bereikbaarheid is een tweede aandachtspunt. Bedrijventerreinen zijn van oudsher slecht ontsloten met openbaar vervoer. SADC experimenteert samenmet de provincie Noord-Holland en Transdev met zelfrijdend busvervoer. Ook pleit Klein Schiphorst via het project OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer (OVAH) voor de verlenging van de Noord-Zuidlijn naar Hoofddorp.

“Als wij straks tweeduizend mensen op zo’n terrein hebben, wil je niet dat ze allemaal met de auto komen. Mobiliteit is ook een verantwoordelijkheid van de gebiedsontwikkelaar. Als je dat niet direct meeneemt in je ontwerp, is het later moeilijker op te lossen.”
De ruimte van morgen
Met het veertigjarig jubileum in zicht – SADC bestaat in 2027 precies veertig jaar – kijkt Klein Schiphorst nadrukkelijk vooruit. Ze ziet kansen om de SADC-aanpak breder in te zetten, ook buiten de huidige gebiedsgrenzen. Maar urgentie bepaalt het tempo, niet ambitie alleen.
“Als je nu iets ontwikkelt dat net voldoet aan de huidige wettelijke kaders, voldoet het over twintig jaar niet meer. Dat is geen duurzaamheidsretoriek – dat is gewoon economisch realisme. Zelfs als je het puur vanuit rendement benadert, ontkom je er niet meer aan om ook de maatschappelijke context mee te nemen.”



