Een werklandschap om van te plukken
Wie straks over Business Park Amsterdam Osdorp wandelt, ziet naast bedrijvigheid ook ecologische groen waartussen appels, peren, pruimen, bessen en hazelnoten groeien. Maar ook minder bekende soorten als kweeperen en gele kornoelje. En het mooiste: wie er werkt, woont of langskomt, mag straks zelf plukken.
Het idee komt van gebiedsontwikkelaar SADC, dat Business Park Amsterdam Osdorp ontwikkelt tot een werklandschap. Een leefbare, gezonde en groene omgeving waar mensen graag werken en verblijven, en waar naast ondernemerschap ook de natuur, biodiversiteit en ontmoeting de ruimte krijgen.
Voor de uitvoering en verdere ontwikkeling van het groen zocht SADC een fruitboomexpert. Zo kwam fruitteler Zowie Viergever in beeld. Hij werkt al zeven jaar bij de Fruittuin van West in Amsterdam Nieuw-West. De vraag van SADC luidde: kan eetbaar groen een volwaardig onderdeel worden van de ecologische inrichting van een bedrijventerrein?


Specifieke kennis
“In de hovenierswereld is veel kennis over groen, maar specifieke kennis van fruitbomen is schaarser”, vertelt Viergever. “Fruit vraagt om een andere manier van kijken. Een boom moet niet alleen mooi groeien, maar ook bloeien, vrucht dragen en op een natuurlijke manier gezond blijven.”
Samen met SADC en ingenieursbureau Tauw ging hij om tafel. Tauw had de ecologische inrichting van het gebied vormgegeven. Viergever: “Binnen het ecologische raamwerk kreeg ik vrijwel carte blanche om soorten en rassen te kiezen.”

Van appel tot gele kornoelje
Rond Pasen is de eerste twintig procent van de boomgaard aangelegd. Er staan inmiddels appel- en perenbomen, aangevuld met rode en zwarte bessen. Ook kweeperen, pruimen, amandelen, hazelnoten, vlieren en gele kornoelje hebben een plek gekregen, net als eetbare kruiden en gewassen, waaronder laurier.
In de volgende fase komen hier nog andere soorten bij, zoals drijf, kiwi, abrikoos en kruisbes. Die grote variatie is een bewuste keuze. Viergever wil zo een lange bloeiboog creëren: van februari tot ver in oktober moet er steeds iets bloeien dan wel oogstrijp zijn.
“Dat is leuk voor de mensen én belangrijk voor bijen en andere insecten. Als je maar een paar fruitsoorten plant, ontstaat één korte, enorme bloeipiek. Is het in die periode koud of komt er een hagelbui, dan kan een groot deel van de oogst verloren gaan. Door veel verschillende soorten en rassen te gebruiken, spreiden we het risico én de oogst.”
Natuurlijk evenwicht
De diversiteit moet bijdragen aan een natuurlijk evenwicht. Chemische plaagbestrijding is uitgesloten. Viergever werkt volledig volgens de biologische SKAL-normen. Duikt ergens een plaag op, dan wordt niet automatisch ingegrepen. “Soms moet je accepteren dat een deel van een gewas verloren gaat. We willen de natuur zo veel mogelijk zelf haar werk laten doen. Als ingrijpen noodzakelijk is, gebeurt dat uitsluitend biologisch.”
Leren van wat er groeit
De aanleg gebeurt bewust in drie stappen. Na de eerste twintig procent volgt een jaar van kijken, meten en leren. Hoe slaan de bomen en struiken aan? Welke soorten floreren? Hoe ontwikkelt de biodiversiteit zich? En hoeveel onderhoud is werkelijk nodig? Op basis van die ervaringen worden fase twee en drie ingevuld. Beide omvatten veertig procent van het totale plan.
“Dit is geen standaard hoveniersklus die je ergens anders kopieert”, benadrukt Viergever. “Het is een experiment. We gaan onderweg veel leren.”

Doelmatig beheer
Viergever wil gemiddeld eenmaal per week in het gebied aanwezig zijn. Wat hij doet, hangt af van het seizoen en het weer. In de winter ligt de nadruk op snoeien, later volgen onder meer bewatering, maaibeheer, controle van de bomen en begeleiding van de oogst.
Het uitgangspunt is doelmatig beheer. “Ik hoop dat de twintig-veertigregel werkt: met twintig procent van de maximale beheerinspanning toch veertig procent van de mogelijke fruitopbrengst realiseren. Het hoeft niet perfect te zijn. Als het maar gezond is en voor iedereen bereikbaar.”
De boomgaard is van iedereen
Het project draait niet alleen om fruit en biodiversiteit. Viergever wil graag de mensen uit Amsterdam Nieuw-West en de gebruikers van het bedrijventerrein erbij betrekken.
“Als je contact wilt maken met een buurt, zijn voeding en natuurbeleving prachtige middelen. Fruit is anders dan gewoon openbaar groen. Mensen kunnen eraan ruiken, ervan eten en er samen iets mee doen.”
Vanaf het tweede jaar moet duidelijk worden gecommuniceerd dat iedereen fruit mag plukken. Bij de beplanting komen bordjes met QR-codes. Die verwijzen naar een eigen website met informatie over de soorten, het juiste oogstmoment en de mogelijkheden om het fruit te verwerken.

Gedeeld eigenaarschap
Viergever droomt van gedeeld eigenaarschap. “Ik zou graag middagen organiseren waarop we met mensen uit de buurt door de boomgaard lopen. Dan kunnen we uitleg geven en samen onderhoud uitvoeren. Als mensen zich verbonden voelen met het groen, houden ze het ook eerder schoon en letten ze erop. Het moet niet alleen onze boomgaard zijn, maar ook een beetje die van de buurt.”
Dat vraagt om vertrouwen. Fruitbomen in de openbare ruimte zijn niet vanzelfsprekend. Gemeenten vrezen bijvoorbeeld overrijpe peren op straat, extra beheer of overlast. De inrichting moet daarom veilig en overzichtelijk blijven. Viergever hoopt dat Osdorp een voorbeeldfunctie krijgt.
“En dat we over vijf jaar tegen gemeenten kunnen zeggen: kijk, het werkt. Tegen marktconforme kosten hebben we een ecologisch verantwoord gebied aangelegd dat biodiversiteit versterkt én voedsel oplevert.”
Beelden van SADC door WV Productions
Tekst door: Dennis Captein
